• Debbie Baute

Wat zoekt jouw innerlijke atleet in zijn streven naar een podiumplek?


In het begin van mijn carrière -toen prestaties nog belangrijk leken voor me- dacht ik dat het nodig was om overal JA op te zeggen. Op elk verzoek, op elke vraag. Elke nood die iemand had, dacht ik te moeten lenigen. Ik was een kei in zoveel mogelijk to do’s in één dag proppen. Zo snel mogelijk op alle vragen antwoorden. Ik lever op, dus ik besta. Zoiets.

Tweemaal in mijn jonge carrière kreeg ik daarover feedback die tot nu, twintig jaar later, is blijven hangen.

De eerste keer klonk het zo: “Stop met overal ja op te zeggen, je carrière is een marathon, geen sprint.” Doseren bleek dus de boodschap. Niet alles tegelijkertijd aanpakken. Kiezen, prioriteren en faseren. Een wijze raad die ik nu zelf graag meegeef aan mijn coachees.

En een andere keer werd de feedback wat persoonlijker: “Je lijkt wel een jetmotor. Altijd aan het gáán, maar de hamvraag is: wie heeft de controle: jij of de motor?” Door die vergelijking kreeg ik een beeld van mezelf als een losgeslagen ballon. Eentje die leegloopt en tegelijkertijd een ongeleide koers inzet.

Mijn innerlijke atleet is er namelijk eentje van het extremistische soort, als hij een doel voor ogen heeft, moet alles wijken. En dat leidde meermaals tot tunnelvisie. Terwijl ik mijn focus had op presteren en to do’s afvinken, verloor ik het grotere -en dus duurzame- plaatje uit het oog.


De kanteling kwam toen ik mezelf begon af te vragen: “Hoe zorg ik ervoor dat mijn inspanningen bijdragen tot mijn eigen ontwikkeling alsook tot de ontwikkeling van de organisatie?”.

Dat werd voor mij het ultieme streven: het snijpunt opzoeken tussen wat zorgt voor mijn eigen ontwikkeling en die van de organisatie waarvoor ik werk. Hoe zorgen we samen voor evolutie en niet voor veredelde vormen van symbiose, parasitisme of zelfs kannibalisme? Hoe brengen we het geven en ontvangen in balans? Eén van de kernvragen daarbij is: wat is je (ziekelijke?) beweegreden om zoveel te willen geven? Gezien worden, gelijkwaardig bevonden worden, als goed genoeg bestempeld worden, een mandaat krijgen, je plekje aan tafel verdienen…

Wat zoekt je innerlijke atleet in zijn niet aflatende streven naar een podiumplek? En zoals steeds in leiderschapsontwikkeling is dan de volgende vraag: en hoe kan je dat aan jezelf geven?